Hoofdtekst
Pastoor dwingt iemand gevonden goed terug te geven.Peetje Bousard was goed ’t akkoord mee de paster van Kerkhem en ie gink hij daar vele.Maar nou, de paster hâ zijnen neusdoek verloren, en ie vertelt dat tegen Peetje Bousard:“En ‘k wete wie dat ‘n ‘vonden heeft, zei ’t hij, en die ’t en ‘vonden heeft, zal ’t en mij weerbrengen.”As ’t eenste dagen naardien was, dieën neusdoek was nog nie weer ‘kommen. En de paster zei tegen hem:“Ie zal ’t en mij weerbrengen, die ’t en ‘vonden heeft, zei ’t hij, want ‘k zal hem folteren,” zei ’t hij.
As ’t eenste dagen naardien was, ie (nl. de zakdoek) lag daar were en ie lag aan zijn deure.
As ’t eenste dagen naardien was, ie (nl. de zakdoek) lag daar were en ie lag aan zijn deure.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een man was goed bevriend met de pastoor. Toen de man zijn zakdoek was kwijtgeraakt, ging hij naar de pastoor, die zei: "Ik weet wie de zakdoek gevonden heeft. Die persoon zal de zakdoek weer terugbrengen". Omdat de zakdoek enkele dagen later nog niet terug bij zijn eigenaar was, zei de pastoor: "De persoon die de zakdoek gevonden heeft, zal hem terugbrengen, want ik zal hem folteren". Een paar dagen later zag de man zijn zakdoek vóór zijn deur liggen.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (zuiden)
202
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederbrakel   
