Hoofdtekst
T’Esen bij de Burggraevens, dat woren oede boeren die up ulder doeninge leefden, e ’t nog getoverd. O ze nor bedde gingen, ze woren tegenhoeden. En o ze keken nor de schouwe, ol de telloren wikkelden. Den enen, Bruunten, wos bij zijn baard getrokken en den andern e gevlucht nor Esen kappellije tegen Diksmude.
Beschrijving
Op een boerderij in Esen spookte het. Wanneer de mensen wilden gaan slapen, werden ze onderweg tegengehouden. De borden die op de schoorsteen stonden, bewogen. Toen één van de boeren bij zijn baard werd getrokken, vluchtte de andere naar het kapelletje van Esen bij Diksmuide.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (vrijbos)
151G
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Burggraeven   
kapel van Esen bij Diksmuide   
Naam Locatie in Tekst
Zarren   
Plaats van Handelen
Diksmuide   
Esen   
