Hoofdtekst
I Dan, speciale verhalen over toverboeken, die verteld werden? Dat je weet, dat wie een bepaald boek heeft, dat die een speciale macht heeft of zo?7 Dat wel niet, maar wel dat er mensen waren ... Ze vertelden: "Van die moet je oppassen, want dat is ‘gelijk een brokke van een heks’ [AN: dat is precies een soort heks], en ze heeft boeken en allemaal daarover.I Jaja.7 Maar we hebben nooit inzage gehad daarvan. We zijn nooit met die mensen rechtstreeks in contact geweest.I Ah ja, en ...7 We zijn die mensen bijvoorbeeld niet gaan raadplegen, we hebben er gewoon over gehoord. Dat bestond wel, zo, van die mensen die in een huisje woonden, waar het uiteraard ook vuil was, en die mensen liepen niet verzorgd gekleed, het haar was niet verzorgd, ze hadden over het algemeen [= in het algemeen, normaal gesproken] ook eh, vervormingen in het gelaat. Nu gaan ze naar een plastisch chirurg, maar in die tijd bestond dat niet.I Jaja.7 Dus, en die werden dan als een soort heksen, ik herinner mij nog een, iemand in de ..., nu, voor het ogenblik heet dat Stationsstraat, maar dan noemde dat in de volksmond de Gasstraat, want de gas- en de elektriciteit[smaatschappij] was daar gevestigd]. (bandopname stopt)... was er in de tijd ook een straat waar alleen de werkende klasse eh, verbleef en woonde, er waren er verschillende die eigenaar waren van hun huisje, er waren ook huurders (hoest). Er waren ook veel cafés in die straat en typisch was dat zelfs de dames, of de vrouwen regelmatig op cafébezoek gingen, zelfs overdag als, als (hoest) als de man gaan werken was. Eén van die dames was een oude jonge dochter, ik weet haar echte naam niet meer, maar ze noemde in de volksmond Reinaert. En die was altijd zeer slordig gekleed, had een verwrongen gelaat, niet verzorgde haren, liep soms met zo’n stok op de schouder, waaraan zo’n, een buidel hing met, met haar boodschappen in.I Jajaja.7 En die dronk nogal veel, want ik herinner mij dat ze indertijd genoot van een bijdrage van, indertijd noemde dat niet het OCMW, maar de ...X De Openbare Onderstand.7 De Openbare Onderstand.I Ah jaja.7 En zij kreeg geld, omdat ze arm was. En wat deed ze met dat geld? Ze verteerde [= spendeerde] ze in de cafés. En dan hebben ze gedacht: "Ah, we hebben er iets op gevonden, we gaan haar geen geld meer geven, we gaan haar bons [= bonnen] geven, om kolen te gaan halen, bij een kolenhandelaar.I Jajaja.7 En wat deed ze dan? Ze verkocht dan die bons aan andere mensen om toch te kunnen dat geld gebruiken om pinten te gaan drinken.I Jajaja.7 En door haar gedrag alleen en haar uiterlijk werd zij ook zo als een soort halve heks bekeken, hé.I Jaja.7 Ze was ook niet al te ijverig om zich te wassen en zo.X De kinderen waren daar benauwd [= bang] van, hé.I Jajaja.7 De kinderen uit de straat zelf, die kenden haar.I Jajaja.7 Maar wij, die niet in de straat woonden en die daar toevallig kwamen, ter gelegenheid van kermis of wat weet ik allemaal. Dan, als wij haar zagen, dan gingen wij aan de overkant van de straat, want wij hadden er schrik van.I Jajaja.7 Ze was dus toch een soort heks, hé. (I stemt in) Ze was [er] dus geen, hoor, maar wij dachten het toch.I Jaja.7 Heb je dat opgenomen nu?I Jaja.
Beschrijving
Mensen die boeken bezaten, werden er vroeger vaak van verdacht heksen te zijn. Hetzelfde gold voor mensen die zich niet verzorgden en in een vuil huisje woonden. Zo woonde in een arbeiderswijk in Blankenberge een vrouw die leefde van een bijdrage van de Openbare Onderstand. Wanneer haar man op zijn werk was, ging die vrouw al haar geld verteren in cafés. Op een dag besloot men de vrouw geen geld, maar bonnen voor steenkool te geven. De vrouw verkocht de bonnen echter, zodat ze toch weer geld had om op café te gaan. Die vrouw werd ervan verdacht een heks te zijn.
Bron
W. Bode, Leuven, 2001
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (blankenberge)
7S
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Openbare Onderstand   
OCMW   
Naam Locatie in Tekst
Blankenberge   
