Hoofdtekst
Doet iemand terugkeren.Op ne zekeren dag kwam er een vrouw voorbij. “Die zal niet verder gaan dan op de hoek daarginder”, zei Mand. Als ze daar gekomen was, keerde ze zich weer. Ze vroegen haar wat er gebeurd was. “In die haag”, zei ze “hoorde ik laweit, precies of er een kledden met ketens rammelde.” “Ga maar weer”, zei Mand, “’t zal wel gedaan zijn.” En dan was er niet meer te horen of te zien.
Beschrijving
Een tovenaar uit Vlekkem sprak over een voorbijwandelende vrouw: “Die zal niet verder gaan dan de hoek daarginds”. Toen de vrouw bij de hoek kwam, draaide ze zich om. Men vroeg haar wat er gebeurd was en ze antwoordde: “In die haag hoorde ik lawaai alsof kledde met zijn ketting erin zat te rammelen”.
Bron
P. Henderickx, Leuven, 1959
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (tussen schelde en dender)
303
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vlekkem   
Plaats van Handelen
Vlekkem   
