Hoofdtekst
‘k en nog hoord van Moenaorts hier, dan de schutteldasschers (schuttel= schudden) on ze nor huus gieng, dan de schoven in de scheure vieln zoender dat er etwien bie was, en otter etwwien opstoeg, da viel stille. En ze zagen niet ’s anderendaags. En on de menschen no nulder werk gieng alles was in order.
Beschrijving
Op een boerderij vielen de graanschoven vanzelf in de schuur. Wanneer er iemand opstond om te gaan kijken, gebeurde er niets meer. De volgende dag leek het alsof er niets was gebeurd.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (bachten de kupe)
187
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eggewaartskapelle   
