Hoofdtekst
Mijn oedste zuster leerdige kleren maken in Oostkamp up Stuverberge, dat is e gejuchte. Dat wos e wêwe met drie dochters. Ze naaidige en z’had vele werk. En z’an e koppel zwijns en ’s noens mijn zuster gaat e keer gon kijken o ze bezig zijn met eten en ol in ene keer ze woren gesmeten van de ene muur nor den andern toetdat ze dood vollen. Wel zegten tegen de vrouwe: "Kijk nu e keer nor je koppel zwijns." En zegt ze: "Wieder worden dat van etwien gedon." En z’had vele werk voor te naaien en o ’t twolve wos, ulder lucht goeng uut en ze kosten niet meer ansteken en ze mosten in den doenkern nor boven. En mijn zuster sliep bij ene van die dochters. En o z’in ulder bedde woren, ’t liep een up de zolder weg en were up handen en voeten. En die dochters wierden bloot getrokken, ’t mochte warme zijn of koed. Mor mijn zuster bleef gedekt.
Onderwerp
SINSAG 0455 - Der Geist neckt: Wagen vom Wege gestossen.
  
Beschrijving
Een meisje leerde kleren maken bij een weduwe die met haar drie dochters in Stuverberge (Oostkamp) woonde. Toen het meisje 's middags ging kijken naar de varkens die aan het eten waren, werden de dieren plots van de ene muur naar de andere gegooid tot ze dood waren. 's Avonds zaten de vrouwen nog lange tijd te naaien omdat ze veel werk hadden. Om middernacht werd het licht plots gedoofd. Omdat men er niet meer in slaagde het licht weer aan te steken, moesten de vrouwen in het donker naar boven. Wanneer de drie dochters 's avonds in hun bed lagen, werden de dekens weggetrokken door een wezen dat daar op handen en voeten rondliep. De dekens van het meisje dat bij de familie in de leer was, bleven altijd onaangeroerd.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (vrijbos)
199G
Zus van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostnieuwkerke   
Plaats van Handelen
Stuverberge (Oostkamp)   
Oostkamp   
