Hoofdtekst
De heks lôg elke nacht on heur vinster. Menne zoon hâ ver heur gebakke en ze vroeg: 'Ich heb schoen êete. Moet dji ter hebbe?' 'Jôu, ich wil wal.' Ich heb ze in e glas gestoke. Om twelf oere rammelde de êete in het glas. Ich heb ter wijwetter op gegote en ze verbrand. Toen wor 't gedôn.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een jongeman had eten gekregen van een heks. Om middernacht hoorde zijn moeder het voedsel rammelen in de schotel. Daarop goot ze wijwater in de schotel en verbrandde het voedsel.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (herk-de-stad)
676
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schakkebroek   
