Hoofdtekst
De hovenier van de pestoor hèt mich verteld dat hijzelf de weerwolf gezien hèt. De weerwolf sproek tegen hem. Hij hoa bang en goenk thaus. Toen hij vol sjrik thaus oankoem stoend do ene vreumde binnen in haus woa vroeg 'Woa komt zjei hai dun?' Van de sjrik loep hij bauten. Donoa hèt hij nooit niks meer geheurd of gezien.
Beschrijving
De tuinman van de pastoor ontmoette een weerwolf die tegen hem sprak. Toen de man doodsbang naar huis was gelopen, stond er een vreemde in zijn huis, die vroeg: "Wat kom jij hier doen?"
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (borgloon)
486
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wintershoven   
