Hoofdtekst
Mijne mere vertellegen dat haar peetjen ergens verkeerdegen en hij moest al banen passeren waar dat geen huizen en stonden. En alle zondagen avonden moest hij kledden dragen. “Als ’t hij mij van den avond afwacht, zal ik zijn vel afdoen”, had mijn peetjen gezeid. En kledden sprong weer op zijne rugge en mijn peetjen paktegen zijn mes en deed kledden zijn vel af. En hij zei dat tegen zijn huisgenoten en ze zoôn zijn vel verbrand hebben, maar hun knecht was hele gaan overschart (gekrabd) van te lutteren, en als ze vroegen wat dat hij voreng’had had, zei hij dat hij over een haag gesprongen was. Maar hij stond daar schoon te spreken om zijn vel weer t’hebben, dat zijner termijn bekanst (bijna) uit was en dat hij nu ne nieuwen termijn zou moeten herbeginnen hebben.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Een man moest kledde altijd dragen wanneer hij op zondag terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin. Op een dag slaagde de men erin kledde met zijn mes te overmeesteren en zijn vel te stelen. Bij zijn thuiskomst wilde de man het vel in de oven gooien. De knecht die op die boerderij werkte, beweerde dat hij over een haag was gesprongen en dat daardoor zoveel schrammen had. Toen zijn vel in de oven lag, smeekte hij echter om het terug te krijgen.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
718
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Woubrechtegem   
