Hoofdtekst
Moeder Graeve heeft mij nog verteld, ze ging zij alle dagen naar de messe (mis) en op een dag ’t stond daar een vent, geheel in ’t zwart - en je (hij) gaf hij haar een brief en namedekè (al met eens) je (hij) waw weg. ’t Stond daar een adres op, zo z’heeft zij die brief gedragen naar die mensen. En z’heeft hem nooit meer gezien. En ze zag niet waar dat hij ging, in ene keer hoep en je was weg. Dat was zeker wel (voorzeker) een duivel of een geeste.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Een vrouw die dagelijks naar de mis ging, zag op een dag een heer staan, die helemaal in het zwart was gekleed. De heer gaf haar een brief, waarop het adres van de bestemmeling geschreven stond. De vrouw heeft de brief naar de bestemmeling gebracht, en ze heeft die heer nooit meer gezien. Het moet de duivel of een geest zijn geweest.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (kamerlingsambacht)
299
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
