Hoofdtekst
Bij mij grootvader daar hadden ze ne knecht en dat was ne weerwolf. En die hadden zo ne band en als ze die aandeden dan waren ze weerwolf. En die had zijne band daar op de hei in een soets (uitgeholde wilg) zitten want niemand mocht dat weten. Maar mij grootvader wist dat toch en hij zou die gen (graag) gaan halen zijn en daarom pakten ze de knecht en ze vaarden die anderhalf uur ver weg en toen ging mij grootvader de band halen in die soets. Ondertussen hadden ze de hoven heet gestookt en daar gooide ze de band in. En op 't zelfde moment sprong de knecht mee den hoven in en ze hadden hem anderhalf uur ver weggevaren.
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Bij een man werkte een knecht die een halsband bezat, waarmee hij zichzelf in een weerwolf kon veranderen. Nadat de man zijn knecht anderhalf uur had weggestuurd, haalde hij de halsband uit de boomstronk en stak de oven aan. Zodra de halsband vuur vatte, sprong de knecht in de oven om zijn band te redden.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (noord-west)
301
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
