Hoofdtekst
Peetje Bouckaert was ‘ne keer naar Kortrijk en zijne zeune had de boeken gevonden. En den ouden Bouckaert koste eigenlijk rare dingen doen zulle – hij koste bijvoorbeeld een doen stille staan – en lijk dat ‘k zeie, hij was naar Kortrijk en zijne zeune had die boeken gevonden. En hij las-t-er in.En Bouckaert in Kortrijk was geware dat zijne zeune die boeken gepakt had. En hij heeft hem moeten gaan verlossen, want hij ging-t-er ingebleven zijn!
Beschrijving
Een man die toverboeken bezat, moest op een dag naar Kortrijk. Terwijl de man weg was, las zijn zoon in de toverboeken. Toen de vader in Kortrijk was, voelde hij instinctief dat er iets mis was. Als hij niet snel naar huis zou zijn gekomen, zou zijn zoon gestorven zijn!
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (tussen schelde en leie)
478
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Outrijve   
Plaats van Handelen
Kortrijk   
