Hoofdtekst
En wete wat dat er vele gebeurdige, dat is daar nog eentje van, en daje verleed wierd. Mijn vadre was ne keunekopere (konijnenkoper) en da was den tijd daje mee de bale (zak) op de rugge liep. Hij droeg jij dat mee de koorde en hij ging en gonk en dood van moeite (moeheid) vond hij zijne weg niet meer. Da was verleed zijn. En op ’t einde zettige hij hem nere en al mee ne keer bekendige (herkende waar hij was) hij hem en hij zat toe Van Oevers.
Beschrijving
Een konijnenhandelaar die een zak op zijn rug droeg, raakte verdwaald. Toen de man even ging zitten, kon hij zich weer oriënteren.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
156
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
