Hoofdtekst
Ons vader was een timmerman en hij kwam 's avonds dikwijls laat naar huis door de hei, aan Meerheike, aan Kiezelpie. Ze werkten daar voor een slagmolen. En hij had dan altijd een rei - en lat waarop ze zelf hun afmetingen inkerfden - die diende als wandelstok of om een korf op hun rug te dragen. Toen zag hij ineens in de hei een vuur en hij dacht dat dat een turfvuur was dat de koejotten (= koewachters) hadden laten branden. Hij dacht: daar ga ik mijn pijpke aansteken en hij keuterde met zijn rei daarin voor de kriekskes (= gensters). Hij bukte zich en ineens vloog dat vuur in een grote vlam op, het vloog over zijn kop en het was weg. 'Mijn haren staan nog omhoog als ik het vertel', zei hij altijd. En dat heb ik hem zeleven dikwijls horen vertellen. Hij had nog nooit een schoverik van zo kortbij gezien en daar zijn niet zoveel mensen die zoiets meegemaakt hebben.
Onderwerp
SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann
  
Beschrijving
Een timmerman die 's avonds langs Meerheike bij Kiezelpie naar huis wandelde, zag in de weide een vuur. De man wilde zijn pijp aan het vuur aansteken. Toen de man met zijn stok in de brandende takken bewoog, ontstond er echter een grote steekvlam die over zijn hoofd wegvloog en verdween.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
midden-limburgs
a
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
Plaats van Handelen
Meerheike (Diepenbeek)   
Kiezelpie (Diepenbeek)   
