Hoofdtekst
I Ja, wat ze vertelden dus van de heksenboom in Bolder?34 Ja, ik mag van m’n eigen zeggen dat ik het een beetje heb helpen ontstaan. Dat is eigenlijk gekomen, als kind woonde ik aan de rand van het dorp en onze straat (= Peutjesstraat) liep dan uit op een holle weg en het enige waar we gingen spelen, op de enige plaats eigenlijk was (die holle weg), daar stonden onder andere olmen, daar stonden veel viooltjes, maartse viooltjes en dan hing het af van de tijd van het jaar wat we daar gingen doen. Maar aan die olmen, dat was de uitgang van een grote kersenweide, boomgaard en we weten allemaal dat die olmen nogal vergankelijk zijn, dat ze nogal onderhevig zijn aan ziekten; de mieren die er gaan inkruipen en zo. En dat die stillekes uitgevreten worden zodanig dat daar holten in ontstaan en wel (zodanig) dat de schil maar meer overblijft. Maar nu, mijn verhaal. Dus wij gingen daar spelen, en (we hebben) zelf gefantaseerd rond die boom, maar nu wou het toeval ook lukken - en ik had het groot geluk dat ik mocht gaan studeren als onderwijzeres - in mijn eigen dorp … (= onverstaanbaar-C). En de kinderen bleven ook stilstaan bij die olm en ze ontdekten daar die openingen, die holten. En in het begin was het een kabouterboom met veel ingangen, de kinderen fantaseerden verder. De jongens gingen daar ook spelen en ze maakten die holten groter, stookten zelfs vuurtje, ze smeerden daar kleurstof op en hoe ouder de boom werd, hoe grilliger dat hij ook werd. En nu in plaats van een kabouterboom werd dat (een heksenboom). En als we dan gingen wandelen dan fantaseerden de kinderen zelf een verhaaltje en ze vroegen dan: "Juf, waar zou de heks nu zijn?" En: "Waar kan ze nog wonen?" En eigenlijk stonden daar nog meer olmen en we maakten een verhaaltje rond alles wat we zagen en alles wat we daar beleefden. ’t Is eigenlijk gegroeid bij mij als kind, de omgeving, maar dan met fantasie van de kinderen zelf met wie we gingen wandelen. En zo is het verhaaltje ontstaan. En eigenlijk toeval, heb ik achteraf vernomen dat jaren nadien de kinderen die na mij (= na mijn loopbaan als onderwijzeres) kwamen, nog altijd wisten dat er een heksenboom stond. Jammer, heel jammer is die heksenboom verdwenen, is de ‘gril’ (= hek) verdwenen en is zelfs de boomgaard verdwenen. Dat is het verhaal dus van de heksenboom.I Zo heb ik het dus eigenlijk ook gehoord (van mijn buurmeisje (= Jacqueline Vanhees -Kenis, Waterstraat 49). Dus dat het een heksenboom was en dat er een heks in school, maar ja, wij maakten er dan nog bij dat die boerderij, die wat nu ook weg is, dat was het heksenhuis en daar woonde de heks.34 Ach ja! Toevallig was er een schaapherder die er kortbij woonde, dat is ook een heel apart verhaal, een fantastisch verhaal. De schaapherder die alle dagen bij ons thuis doorkwam met z’n honderd schapen. Dat zette ons allemaal eigenlijk aan tot fantasie. En wat nog meer is, er was een broer van die schaapherder en dat was een beetje zonderling en die leefde heel teruggetrokken. Hij had een lange baard en hij stond altijd onder het afdakske van dat huis waar jij over praat dus of nog een beetje verder bij het Huis Lemme. Ook daar konden wij onze fantasie laten werken.
Beschrijving
De kinderen uit Bolder gingen vroeger altijd spelen bij een holle weg. In die holle weg stond een olm die aangetast was door ziektes en daarom veel holtes had. De kinderen fantaseerden dat die boom een heksenboom was en dat er een heks in de nabijgelegen hoeve woonde.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (groot-riemst)
34A 478
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Overig in Tekst
heksenboom (Bolder)   
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
Plaats van Handelen
Bolder   
