Hoofdtekst
De auwelkens zaten in Bree in de "graaf". Ze gingen ’s avonds de menschen afluisteren; en als die dan het werk van den volgenden dag overlegden en zegden "we moeten morgen vroeg mest breiden" dan was dat ’s morgens gedaan; de auwelkens hadden dat werk gedurende de nacht opgeknapt. Zelfs als de menschen moesten bakken, ’s anderendaags heel vroeg, dan werd des nachts het brood gekneed. Het gebeurde eens dat een baas, die nieuwsgierig was op den zolder kroop, en een gaatje door het plafond boorde om zoo de auwelkens uit te loeren. Toen de ventjes ’s nachts aan ’t kneden gingen zei een auwelken tegen een ander: "Blaas dat licht daar eens uit," en hij blies den man een oog uit.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
SINSAG 0065 - Zwerge wollen nicht belauert werden   
Beschrijving
De alvermannetjes uit Bree gingen 's avonds de mensen afluisteren. Wanneer ze hoorden dat de mensen de volgende dag het veld moesten bemesten of brood moesten bakken, deden zij 's nachts het werk. Op een nacht zat een nieuwsgierige man de alvermannetjes door een gaatje op de zolder te bespieden. Daarop sprak één van de dwergjes: "Blaas dat licht daar eens uit!" Het andere mannetje blies de nieuwsgierige een oog uit.
Bron
D. Truyen, Leuven, 1946
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (noorden)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Bree   
