Hoofdtekst
Patjakkes moeder hadde nog een keer gelezen in die boeken en Patjakke was dat geware, - hij hefte (hief) altmets zijn klakke op alzo - en hij was dat geware en hij moste zeere te lope naar huis. ’t Stoeg al overende (overhoop). Zijn moeder hadde een reke of twee gelezen en ze vond het niet meer om weere ter plekke te zetten.
Beschrijving
De moeder van een tovenaar had stiekem in de toverboeken van haar zoon gelezen. Van op een afstand voelde de tovenaar dat er iets niet pluis was, waarop hij snel naar huis ging. Door in een toverboek te lezen had de moeder alles overhoop gezet. Ze vond de juiste zin niet meer om alles weer ongedaan te maken.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (franse grens)
369
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
