Hoofdtekst
Als mijn moeder een jaar of vijftien of zestiene was, ze wonegen op een plaats waar dat nu ’t hof afgebroken is, en daar hing een slechte deur aan, dagge al daar de maneschijn kost zien, en daar kwamp kledden altijd mee zijne staart onder, en mijn moeder zat daar gereed mee ’t houmes, maar z’en koste ’n zij nooit niet afkappen hé.
Beschrijving
Een meisje zag bij maneschijn altijd de staart van kledde onder de deur. Het meisje ging op wacht staan met een hakbijl in de hand, maar ze slaagde er nooit in kleddes staart af te hakken.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
153
Jeugd van de moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Woubrechtegem   
