Hoofdtekst
Man loopt niet verloren alhoewel heks 't voorspelt.Schoon Julieke was een heks, zeiden ze. Als ekik daar 's avonds voorbij moest ging ik altijd over de dorpel. Ze stak dan altijd haar kop buiten. Maar als ik over 't karspoor ging dan bleef de deur toe. Ik moest daar dikwijls voorbij gaan. "Op een keer gaat ge toch eens verloren lopen", zei ze. Ik heb daar nooit iets arig gezien, maar een huis voort daar zijn ik niet kloek als ik daar kom.
Beschrijving
In Oevel woonde een heks. Een man die 's avonds voorbij het huis van de heks moest, liep altijd over haar drempel. De heks stak dan altijd haar hoofd naar buiten. Als de man over het karrenspoor liep, dan bleef de deur gesloten.
Bron
B. Van Grieken, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (westerlo en omgeving)
447
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oevel   
Plaats van Handelen
Oevel   
