Hoofdtekst
Do was ne boer en dieje kost geen knechte nemieje houde he en - euh, ja vrugger moeste die inne stal slape, zoewe een bikske apart he, zoewe bij de beeste he - en hij wist da nie hoes dat da kwamp as dat hem geen knechte nemieje kos houde en dan zei hem "ik gaan no gene knecht nemieje uitzien, want het helpt toch nie". En dan op ne zekere dag komt er toch weer ene zijn eige aanbiede om voor hem te werke. Jo en deur zijn aanhoude mocht dieje knecht dan toch blijve. Jo en dan moeste ze gaan slape. Om twaalf u. ’s nachts beginne do katte gaan te miangele he en da bleef ma dure he en dieje knecht werd do kwaad in en do komt een kat no dieje knecht en hij streelt die en dan pakt hem zijn mes en hij geeft die kat ne steek veur dat dat zou gedaan zijn ’s nachts.En ’s anderendaags komt da wijf van dieje boer nie te voorschijn en hij vraagt aanne boer wo da wijf is. Jo en da wijf hee die snee die dat hem die kat gegeve hee.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een boer die geen enkele knecht in dienst kon houden, had de hoop opgegeven dat er nog iemand voor hem zou willen werken. Op een dag nam de boer toch weer een nieuwe knecht in dienst. Toen de knecht in de stal lag te slapen, hoorde hij om middernacht een kat miauwen. De knecht streelde de kat en gaf het dier vervolgens een steek met zijn mes. De volgende ochtend lag de vrouw van de boer gewond in bed.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
456
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
