Hoofdtekst
Er was eens, mijn moeder heeft dat verteld, hier een maalderij en de mulder hiervan had honger. Hij kwam binnen in de keuken en de tafel was zeer mooi gedekt met borden en met verscheidene kaarsen. En hij zegt plots: „Jamaar, als die tafel hier mooi gedekt is, dan ga 'k mij bijzetten... 'k Mag toch hé?" En hij had niemand gezien en uit de kamer riep er een stem : „Jaja, eet maar zoveel ge wilt". En hij at en eer hij buitenkwam zei hij : „Nu heb ik toch mijn buikske vol gegeten voor twee dagen". Maar hij kwam buiten en hij had niets meer, hij had honger als van te voren.
Beschrijving
Een hongerige molenaar die op pad was, zag een keuken waar een rijkelijk gedekte tafel stond. De molenaar zette zich aan tafel en hoorde een stem roepen: “Ja ja, eet maar zoveel je wil”. Toen de molenaar na de maaltijd naar buiten ging, zei hij: “Nu heb ik mijn buikje vol gegeten voor twee dagen”. Zodra de molenaar buiten was, had hij evenveel honger als voorheen.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
oost-vlaams (zuiden)
24A
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Leupegem   
