Hoofdtekst
Wat was dat toch ook weer van de paarden in de voederij? Dat heette ook van een knecht, die heksen kon. 's Nachts ... op 't laatste letten de mensen speciaal op dat de paarden goed gebonden waren, de emmers op hun plaats en de haverkisten toe. Iedere nacht was dat een lawaai of 't oorlog was. 's Morgens stonden die paarden hun manen en staarten zo vol knopen en verder stond alles op zijn plaats en die knecht had nooit iets gehoord.
Beschrijving
Elke nacht hoorde men in de paardenstal een hels lawaai. 's Ochtends zaten de manen en de staarten van de paarden vol knopen.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
midden-limburgs
j'''
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
