Hoofdtekst
Toe Vermerschen’s ’t was daar een keer een ziek en hij moste berecht zijn en ze gingen benachte met tween achter de paster en aan de pit, ’t lei daar een monster, zwart van vel en met een lelijke muile en ’t en dei nietend en zieder gingen vors en ze lieten ’t gerust en dat bleef daar stille leggen.
Beschrijving
Twee mannen gingen op een nacht de pastoor halen omdat iemand de Laatste Sacramenten moest ontvangen. Onderweg zag het tweetal een monster met een zwarte huid en een lelijke muil langs de weg liggen. Het monster deed hen geen kwaad en bleef rustig liggen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (franse grens)
4
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Laatste Sacramenten   
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
