Hoofdtekst
’t Is één van Zwevezele gered van dien Titanic deur onder de rok van een vrouwmens te kruipen, want ’t waren juste de vrouwen en kinders die gered wierden. Maar die vent stak hem azo weg. En ’t bestond daar een liedje van en ‘k kenne nog ’t refreintje:’t Was daar roepen en wenenKom ons hulpe verlenen,’t schip die in zand vergaatAch kom ons toch bijstaan.Maar geen hulpe kon batenZij moesten hun leven daar laten;Vele verdronken vol weeIn het diepste der zee.
Beschrijving
Een man uit Zwevezele die aan boord was van de Titanic, wist zichzelf van een verdrinkingsdood te redden door onder de rokken van een vrouw te kruipen. Enkel vrouwen en kinderen werden immers gered.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (o van houtland)
520
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Titanic   
Naam Locatie in Tekst
Zwevezele   
Plaats van Handelen
Zwevezele   
