Hoofdtekst
Den eerste keer dat de Bokkerijers hier gestolen hebben, dat was waar nu Michels woont. Toen was er nog water rond Bree, zo lang is dat nog niet geleden. Nolleke had eerst alles afgespioend met vijf, nee, met drie man. Op Rome in een ouw keveep kwamen ze samen met vijven. En van daar uit gongen ze stelen. Ja, dat Nolke dat was een hen die zat te broeien op gouden eier. Den tweede keer dat was in Kaulille, in de kerk. Twee van Boggend waren daar gaan spioenen. De Joden van Smeermaas kochten dat allemaal op. Oh, toen hadden ze altijd een stuk of zeven- , achthonderd frank de mans mekans.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Nolleke van G. was lid van de bokkenrijders. In een oud vervallen huis in 't oud Rome kwamen de bokkenrijders samen om hun plannen te beramen. Toen de bokkenrijders voor de eerste keer in Bree gingen stelen, beroofden ze het huis waar later een zekere M. is komen wonen. Kort daarop gingen de bokkenrijders stelen in een kerk in Kaulille nadat twee spionnen uit Bocholt de buurt waren gaan verkennen. Alles wat de bokkenrijders uit de kerk haalden, verkochten ze aan de joden van Smeermaas. Na elke rooftocht hadden de bokkenrijders elk ongeveer zeven- of achthonderd BEF.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Nolleke van G.   
't oud Rome (Bree)   
jood   
Naam Locatie in Tekst
Bree   
Plaats van Handelen
Kaulille   
Smeermaas (Rosmeer)   
't oud Rome   
Bree   
Bocholt   
