Hoofdtekst
Wij zeggen dat van iemand met vele koorts. Nogal dikkens (dikwijls) van iemand die tamelijk jong is, jonge gasten. Ze zijn bereden van de mare. Dat is eigenlijk een gedwongen zijn, ze zelven niet meer meester zijn. ’t Komt van de koorts. ’t Waren er die dat meer dan één keer hadde. Ik heb dat één keer gehad als ik niet goed was. ’t Is lijk een benauwdheid. ’t Was juist lijk of dat ik vastgehouden was. Je springt recht en je smijt benauwelijke schruwels uit. Dat duurt maar twee of drie minuten.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Jonge mensen die hoge koorts hadden, konden zich soms niet meer beheersen, sprongen recht en begonnen te schreeuwen omdat ze het gevoel hadden dat iemand hen vasthield. Over zulke mensen vertelde men dat ze door de maar waren bereden.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (ieper)
10
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Jan   
