Hoofdtekst
Het kwaad zat op de Roo Poorte. De koeien stierven en gaven geen melk meer, of ze vochten tegen elkaar. men hoeorde stemmen ’s nachts. Er kwam een pater van Tielt. Nadat hij belezen had en in ’t water gesmeten werd, heeft hij dat kwaad begraven in de boomgaard, in een ronde plaats. Hij liet de plaats afsluiten met wissen. Telkens er een beest in brak of een vogel er over vloog, vielen ze doeod. Na enige tijd gebeurde dat kwaad weer op het hof en het kwaad kreeg weer macht, ’t doorbrak de afsluiting. De paters van Tielt hebben dan het kwaad gezet op het verste van hun land, nu het spokkelbosselke genoemd. Het kwaad mocht om de zeven jaar een stap naderen, en indien het zevende jaar een schrikkeljaar was, twee stappen. Indien het kwaad er weer zal zijn, zal het hof geheel verwoest zijn. Dat moet gebeurd zijn rond het jaar zeventienhonderd zeventig.
Onderwerp
SINSAG 0258 - Plagegeist durch Pfarrer (Pater) gebannt
  
Beschrijving
Op een boerderij waar het kwaad heerste, hoorde men 's nachts altijd stemmen. Bovendien gaven de koeien geen melk meer en stierven uiteindelijk. Toen een pater uit Tielt de boerderij kwam overlezen, werd hij in het water gegooid. De geestelijke heeft het kwaad dan begraven in de buurt van een boomgaard. De plaats werd omheind met riet. Vogels die over de plaats vlogen en dieren die door het riet braken, vielen dood. Toen het kwaad opnieuw macht kreeg over de boerderij, hebben de paters het verbannen naar de verste uithoek van het erf. Om de zeven jaar mocht het kwaad een stap dichterbij komen. Indien het zevende jaar een schrikkeljaar was, mocht het kwaad bovendien twee stappen dichter komen.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
103
1770
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Tielt   
Tielt (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Baafs-Vijve   
