Hoofdtekst
Heel lang geleden leefde in een afgelegen deurp een smeed (smid) woa gein werk hoa en doveur trok hij de wijde wereld in met ne dikke hoamel (hamer). Ne onderhalve dag koem hij ne baastemekker (mandemaker) en ne kwoidemekker (koordemaker) tegen. De eine noem een baas, de aandere een lang kwoid. Ne (na) drai deug koemen ze aan een kasteel en kroepen langs het vinster binnen mais ze zoochten niemand. Ze koemen in een grote zaal en maakten vuur met de bwoin (d.z. de uitlopers van de zwam van een boom). 's Anderendoags trokken de smeed en de baastemekker met een geweer in het bos. De kwoidemekker bleef allein thous om sop te moken. Opeens koem een kruufke binnen, vroeg sop, geoide de leppel drai keer op de grond; de baastemekker wilde de leppel ten langen leste niemai (niet meer) oproapen. Het kruufke sloeg hem bijna dood, en goeide de sop in het vuur. De twee andere mannen vonden hem in zo'n toestand as ze thouskoemen. 's Anderendoags gebeurde just hetzelfde met de kwoidemekker. De derde doag bleef de smeed thous. Het kruufke koem wier; de smeed sloeg het kruufke mais dit verstopte zich onder de kas en verdween langs een groot koet (gat). Ze vonden het kruufke niemai. De smeed kroep zelf in 't koet. Ze lieten hem met de baas en en kwoid ne (naar) onder. De smeed koem in een donkere gang en ontmoette een ander kruufke; dit vertelde hem alles woa vruuger gebeurd was en dat was het volgende: 'Dit is het kasteel van een tovenaar woa een prinses schaakte en ze hier opgesloten hait. Deze prinses is bewaakt door ne droak met zeven koppen. De kruufkes stun (staan) hiertjege machteloos en moeten beletten dat doa iemand in het kasteel kump (komt) terwail de touvenèr op reis is.' De smeed verloste de prinses en ontsnapte met heur met behulp van de kruufkes. Hij braach de prinses truk (terug) met heure ouwe paa. As beloning moch hij met de prinses trouwen. Hij weunde op e sjoon kesteel. Enkele tijd leuter koemen zijn twee gezellen hem bezuuken op zen kesteel. De smeed herkende ze en benumde ze alle twee tot minister.
Onderwerp
ATU 0301 - The Three Stolen Princesses.   
AT 0301A - Quest for a Vanished Princess   
VDK 0301A - Quest for a Vanished Princess   
SINAT 0301 - Die drei geraubten Prinzessinnen   
Beschrijving
Een smid die geen werk had, besloot met zijn hamer de wijde wereld in te trekken. Na een halve dag kwam de smid een mandenvlechter en een koordenmaker tegen, met wie hij verder reisde. 's Avonds namen de drie mannen hun intrek in een zaal van een groot kasteel. De volgende dag besloten de smid en de mandenvlechter in het bos te gaan jagen, terwijl de koordenmaker in het kasteel bleef om soep te maken. Plots zag de koordenmaker een alvermannetje verschijnen. Het mannetje gooide de soeplepel tot driemaal toe op de grond. Toen de man de lepel niet meer wilde oprapen, werd hij bijna doodgeslagen door het alvermannetje, dat de lepel in het vuur gooide. De volgende dag gebeurde net hetzelfde met de mandenvlechter. De derde dag bleef de smid in het kasteel. De smid sloeg naar het alvermannetje, dat onmiddellijk onder de kast kroop en langs een gang verdween. Zodra de twee andere mannen terug thuis waren, hielpen ze de smid met een mand en een koord in de gang af te dalen. Daar ontmoette de smid een ander alvermannetje, dat vertelde wat er vroeger was gebeurd: "Dit is het kasteel van een tovenaar die een prinses heeft geschaakt en haar hier heeft opgesloten. De prinses wordt bewaakt door een zevenkoppige draak. De alvermannetjes zijn machteloos en moeten beletten dat er iemand in het kasteel komt wanneer de tovenaar op reis is". Met de hulp van de alvermannetjes ging de smid de prinses verlossen en bracht haar terug naar haar vader. Als beloning mocht de smid met de prinses trouwen en in een mooi kasteel gaan wonen. Toen de smid een tijdje later bezoek kreeg van zijn twee vrienden, benoemde hij hen allebei tot minister.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
7. Sprookjes
limburgs (borgloon)
10
fabulaat
J. Bellefroid vernam het verhaal van Jan Jozef Smets (1884-1959)
Naam Locatie in Tekst
Borgloon   
