Hoofdtekst
Aster een vrouwe bevallen was, Rose Fluppe, was gejogen (gejaagd) totdat ze erbij was en as ze weg was, dat kindje schreeuwde totdat ’t dood was. Dat was de kwajen hand. Toe (bij) de melkboers hier, Henri Rosseeuw, is dat gebeurd. Z’had zij boeken en de paster is nog bij haar geweest voor ze af te pakken, maar z’ heeft ze niet willen geven. Z’heeft een keer meegereden tot Mariakerke met onze karre. En onze Rachel was ton (dan) nog kleine en was mee en ‘k zeien: Rose, durft een keer aan heur koommen wè - je moet altijd togen (tonen) dat je stouter zijt dan zieder (zij) zelve tegen zulk volk. En z’heeft nooit meer gevraagd om mee te rijden.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een heks haastte zich naar een vrouw die pas bevallen was. Wanneer de heks weg was, begon het kindje te huilen tot het dood was. De pastoor had geprobeerd om de heks haar boeken af te nemen, maar ze wilde ze niet geven. Toen de heks met een man meereed naar Mariakerke, zei de man: "Durf mijn dochter niet aan te raken, hè!"
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
221
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Middelkerke   
Plaats van Handelen
Mariakerke   
