Hoofdtekst
Man kan niet thuisgeraken.Ik werkte in Charleroi. Die was van zijn vrouw weg. Die vrouw had een naam. Als ik thuiskwam was daar een brief dat die in de trouw was met een weef. Die zijn vrouw was dood. Maar ik kom daarmee naar huis, tot Testelt in de statie. En we komen daar aan "Der Hoeve", waar de Witte woont, en daartegen geklapt aan de statie en zo gelijk ge doet hè. En ik kwam nog geen meter van haar huis af – om zeven uur was ik te Testelt aan de statie – en in één keer was ik van de weg. Bediejeme was ik door een wei aan 't gaan, dan over een brug, door dorens. Als ik erdoor ging kwam ik in voren. Ik kost tussen geen bomen meer door. Ik mocht in de voren gaan. Toen kwam ik aan een plaats, blauw, precies gelijk de hemel. Ik hoorde klappen en ik kost geen mens zien. Ik moest naar haar (vrouw van verteller). Ik zeg, nu houd ik geen weg meer en ik begost door 't veld te gaan. Daar zag ik dan de blokkenmaker. Toen bekende ik mijn weg. Ik was aan 't gaan van zeven uur tot tien uur. Toen kwam ik thuis om elf uur. Zij waren slapen. Ik liet ze slapen. Dat was van zeven uur tot elf uur dat ik gegaan had, van Testelt aan de statie naar hier, van zeven uur tot elf uur. En dat was dat wijf. Die had die naam hè.
Beschrijving
Een man die terugkwam van het station van Testelt, raakte verdwaald. Hij liep door een weide, over een brug en door de doornen. Op zeker ogenblik kwam de man op een plaats die helemaal blauw was en waar hij stemmen hoorde. In het veld kwam hij de klompenmaker tegen en kon hij zich weer oriënteren. De man was om zeven uur vertrokken en kwam pas om elf uur bij zijn huis in Wolfsdonk.
Bron
B. Van Grieken, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (westerlo en omgeving)
442
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Wolfsdonk   
Plaats van Handelen
Wolfsdonk   
Testelt   
