Hoofdtekst
Beschrijving
Een zeventienjarig meisje was ziek geworden nadat ze bosbessen was gaan plukken. Op de heenweg was er een onweer geweest, waardoor de voeten van het meisje doorweekt waren. Daardoor had ze kou gevat. Toen het zieke meisje in haar bed lag, zag men in de boom naast het huis een uil zitten, die de mensen leek uit te lachen. Men is voor het meisje naar de dokter en naar de paters geweest. De familie van het meisje moest een noveen doen. Gedurende die negen dagen mochten de kaarsen niet worden gedoofd. De mensen slaagden er echter maar niet in de noveen te voltooien. Op de negende dag vlogen de deuren namelijk open, waardoor de kaarsen werden gedoofd.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (zuid-west)
132G
Zus van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Dworp   

