Hoofdtekst
Me moeder heeft nog verteld, der was daar een kapelletje tenden (op het einde) de wee, en ’t gingen daar vele bedevaarders, in de meimaand bezonderlijk en ’t waren daar keisen (kaarsen) aansteken en alles. Op een zekeren dag, al de mensen die daar kwamen, ’t en vond niemand meer ’t barriere om buiten te kunnen, tot als daar hulpe bijhaald was van een geestelijken. Dat heeft echt gebeurd, me moeder heeft dat dikkers (dikwijls) verteld. Dat was in Ieper, bij de Verloren Hoek, ’t verstond hem daar niemand aan ’t koste niemand meer uit de wee, zei ze, ze gingen en ze gingen en ze zeien "Waar moeten me wieder hier uit?” Maar geen doen aan tot als de geestelijk kwam.
Beschrijving
Bij de Verloren Hoek in Ieper stond een kapelletje waar veel bedevaartgangers kaarsen kwamen branden. Op een dag geraakten de pelgrims niet meer uit de weide. Hoe ze ook rondliepen, ze zagen nergens een opening in het hek. Uiteindelijk konden die mensen door een geestelijke worden verlost.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
15
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Verloren Hoek (Ieper)   
Naam Locatie in Tekst
Wulvergem   
Plaats van Handelen
Ieper   
Verloren Hoek (Ieper)   
