Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

GSPEE0071_0071_20458

Een sage (mondeling), 1959

Hoofdtekst

’t Stond daar ’n kapelleje mee veel bus rond. ’t Was daar ’n boerinne, ’n dochter Vermeersch. ’t Ging olle dage daar gaan lezen. Maar ze’n kregen nievers slechter eten of daar. ’t Vroeg olsan: "Och, God, wat is mijn gebod?" ’t Ging were. Maar ol mee ne keer z’hoorde daar ’n stemme die riep: "Veel vlees in de pot!" Ze’n geloofde ’t nie. Maar ’t ging ol verkeerd ip ’t hof. En ze kreeg zij benauwd. En ze gaf meer vlees, en ’t ging were.

Beschrijving

Een boerin ging iedere dag bidden bij een kapelletje in het bos. Er was echter geen plaats waar men slechter voedsel kreeg dan op haar boerderij. Toen de boerin op een dag na afloop van het gebed weer eens vroeg: "Och God, wat is mijn gebod?" hoorde ze een stem antwoorden: "Veel vlees in de pot!" De boerin geloofde haar oren niet. Het was wel een feit dat op haar boerderij allerlei zaken misliepen. Toen ze haar gasten meer vlees gaf, kwam er een einde aan het ongeluk.

Bron

G. Speecke, Leuven, 1959

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
169
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Ledegem    Ledegem