Hoofdtekst
Daar was een man gestorven en de geburen gingen waken op voorwaarde dat ze genoeg te drinken kregen. Als ze al redelijk gedronken hadden, hoorde ze de dode zeggen: 'Het betaamt dat men bij een dode bidt en zwijgt.' Ze antwoordden: 'Het betaamt dat doden zwijgen.' en de dode kreeg een lap rond zijn oren.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Enkele mensen gingen 's nachts bij een overleden buurman waken. Nadat de mensen enkele glazen hadden gedronken, sprak de dode plots: "Het is gepast dat men bij een dode bidt en zwijgt". Daarop antwoordden de mensen: "Het is gepast dat doden zwijgen", en ze gaven de dode een klap om zijn oren.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (herk-de-stad)
326
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Herk-de-Stad   
