Hoofdtekst
In 1798 was ’t de boerenkrijg en toen werde de kloosters uitgejaagd. En den heer hie was no Frankrijk vertrokke en toen stond ’t ding (= borcht ) hie leeg. Veul pastoors trokke burgerskleer aan en ieder kreeg zijn deel in ’t klooster en die ware rijk zanne.Wo nu Baks woont, do woonde vroeger de rektor en hie woonde er ook ene. Hie da was pater Versluizen en dieje leesde mis ievers op een kellekamer wo mense ’s Zondags no de mis wilde kome. Die moete alles wegsteke wa godvruchtig was want er ware er die da verrade, do krege ze een zeker som gelds veur. Ma dat is hie ’t geval nie geweest. Hie van pater Versluize do is naderhand hard over geklapt geweest. Want hie aan da kasteel was da eenzamig en as ge van pater Versluize klapte ware veul mense bang. Want de broer van mij vader hee dieje terug gezien en hij vertelde hoes dat da gegaan heet. Hij verkeerde mee een en moest do in ’t begin nie thuis kome. Ma hij ging dan ’s avonds en zij wist dan ook wo da ze moest kome. En dan was ’t zoewe twaalf ure en de maan schijnt klaar en ineens zien ze de hofpad deur, en ineens: "zie ginder eens: ne witheer leesde in zijne boek." Zelle zegde niks ma dieje ook nie. En da was pater Versluize. En do is mijne nonkel een maand of twee nie goe van geweest. Ma dan ne kozijn van mij vader reed eens no Diest mee ne ezel en een kaar. ’s Nachts dacht hem "ik gaan hout hale". Hij ’s nachts weg veur hout te hale. Tege dat hij ’t hout binne had dacht hij "wa’s da?" Da was hie bove inne Veldstraat. Hij zag hem ook kome en ook dat hem in zijne boek leesde. Hij loopt no huis en zo hard dat hem strak de deur inliep vanne schrik.En dieje pater kwam terug veur dieje schat, want er was er ene dieje een varke slachtte en hij stak het inne hof inne put. Toen hee hij in den hof de schat van pater Versluize gezien. Da was misschien kerkgoed of zoewe. Want dieje mens hem ik dikkes zien no Diest gaan en in ’t begin had hij niks en nadatum had hem een huis en alles bijeen.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
Beschrijving
Tijdens de Boerenkrijg in 1798 verlieten veel paters het klooster. Pater V. deed op zondagavond in het geheim een mis in een kelder. Na zijn dood moest de pater komen spoken. Een jongen die om middernacht bij maneschijn met zijn vriendin had afgesproken, zag een witheer lopen, die in een boek aan het lezen was.
Een man die 's nachts met een ezel en een kar in Diest hout ging halen, kwam in de Veldstraat de spokende pater tegen. Doodsbang liep de man naar huis.
Een boer die het afval van een geslacht varken in zijn tuin wilde begraven, vond in de grond de schat van pater V. Waarschijnlijk was de schat eigendom van de kerk. Op zekere dag bezat de pater namelijk een huis en allerlei andere zaken.
Een man die 's nachts met een ezel en een kar in Diest hout ging halen, kwam in de Veldstraat de spokende pater tegen. Doodsbang liep de man naar huis.
Een boer die het afval van een geslacht varken in zijn tuin wilde begraven, vond in de grond de schat van pater V. Waarschijnlijk was de schat eigendom van de kerk. Op zekere dag bezat de pater namelijk een huis en allerlei andere zaken.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
241
1798
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Boerenkrijg   
Naam Locatie in Tekst
Vorst   
Plaats van Handelen
Veldstraat (tussen Diest en Vorst?)   
Diest   
