Hoofdtekst
Ich goenk es tegriest deur 't veld 's ôves. Ich kâm on ne lindebum bê e kapelleke en ze zeje da het do spookte. Do kâm iet uit de bum gefladderd bê e wit lôke. Ich hâ giene schrik en goenk ter achter. Opiens hoer ich: 'Toet...Toet...' en ich zôg da da ne groete, witte uil wor.
Beschrijving
Een man ging 's avonds door het veld naar huis. Toen hij voorbij het kapelletje bij de lindeboom kwam, zag hij iets wits in de boom zitten. Hoewel men vertelde dat het op die plaats spookte, was de man niet bang en volgde hij de witte verschijning. Het bleek een grote, witte uil te zijn.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (herk-de-stad)
392
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Donk   
