Hoofdtekst
Wa ich oech (= U) nu gon vertellen, mè dat heb ich toch eiges (= zelf) aan de hand gehad wei ich nog in Vechmaal werkte! Ich moes(t) de küj (= koeien) gaan meleken en ich zei tegen mijn dochter - ze woont nu nie wijd van hier, gaat het haar maar vragen - dat ze twee krentekük (= koeken) moes(t) gaan halen bij de bakker. Ich ging terug thuis en onder de baan zag ich mijn dochter in de wei spelen met ander kinder. En ich zag dat ze zo op h'r höud (= hoofd) kräsde (= krabde). Ich zei haar: 'mè kind, wa he(b)t zje toch nu?', mè zij zei dat het h'r allekanten zo jügde (= jeukte)... en het was toch zaterdag, ich zeg: 'kom maar met, ich gon oech (= U) gauw wassen.' Toen was ich noa de bakker gegaan en ich zei al: 'madam, kik wa ich nu aan de hand heb!', het kind zat heel vol luis (= luizen) wei ich zijn himmeke (= hemdje) uitdeed, het is djus of ich het nu nog zie! allemaal egalige luis!!! Ich stak haar kleer (= kleren) in een hete fournaise (= gloeiende oven), wa ich toen toch aan de hand had, wor!! Ich heb de luis (= luizen) dan toch weg(ge)kregen, maar ich heb wel drie, vier daag (= dagen) gewerk(t) aan h'r höud. Mè ze was doa door(ge)komen, bo die heks woonde. Sind(s) heb ich altijd tegen de kinder gezeg(d) dat ze door het steegske moesten gaan. Zij had het kind weer aangeraak(t), ja!
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
Beschrijving
Een vrouw die op haar werk in Vechmaal de koeien nog moest melken, stuurde haar dochtertje naar de bakker voor twee krentenkoeken. Toen de vrouw naar huis wandelde, zag ze haar dochtertje in de weide spelen met enkele kinderen uit de buurt. Het dochtertje was voorbij het huis van de heks gekomen. Hoewel het zaterdag was, had de heks het arme kind vol luizen gezet.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
623
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Piringen   
Plaats van Handelen
Vechmaal   
