Hoofdtekst
I Euh, verhalen over tovenaars, of mannen met een speciale macht die, die meer konden dan andere mensen?19 ‘k Weet wel dat, als wij klein waren, dat wij voorbij een bepaald huis niet durfden gaan, omdat er daar zo een slechte man woonde, die, die, die durfde kinderen aanvallen. Ja, in welke geest ...? Was dat als geest, als ..., of was dat eigenlijk dat de ouders bang waren dat de kinderen zouden..., hé, gelijk dat ze nu zouden zeggen een ..., een pornoman of zoiets.I Jaja.19 ‘k Weet het, dat wij aan een bepaald huis van een bepaalde man zo, bang waren, dat ze ons daar bang van maakten.I Ja.19 Maar van een ..., of dat dat van een geest was, dat herinner ik mij niet meer.I Jaja.
Beschrijving
De kinderen waren vroeger bang voor een slechte man die in een huis in Blankenberge woonde.
Bron
W. Bode, Leuven, 2001
Commentaar
west-vlaams (blankenberge)
19C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blankenberge   
Plaats van Handelen
Blankenberge   
