Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FRAMO0097_0098_20663

Een sage (mondeling), 1975

Hoofdtekst

X: Paul, kun je nog een keer vertellen van Soentjes eeuwigheid, van die Duitse schaper.A: Aan Soentjes eeuwigheid daar, wê, Soentjes hofstee, als je van de plaats neer gaat. Maar zij woonden toen al die kant van de baan. Die twee hofsteden stonden daar niet al de andere kant.X: Links toen woonden ze?A: Ze woonden links. Ja. En dat was een grote schaapboer né, en zij hadden daar een Oostenrijker voor schaper. En dat was een beetje een mens alzo, een eenzinnigaard, gauw, die, ge moet zeggen, ’t was geen kluizenaar, maar je geleek er lijk aan. En ze hadden er lijk allemaal, ge moet niet zeggen lijk benauwd van, maar ze waren lijk schuw d’ervan. Zie je’t. Omdat dat lijk een rare was alzo en hij deed dat goed met ’t werkvolk van die hofstee. En ’t was een keer op een Beselare kermis, de zaterdag, en zegt hij: "’k Ga morgen naar huis", zegt hij. "Morgen naar huis", zegt de poester. "Ja", zegt hij. "Gij kunt niet weer zijn", zegt hij. "’k Toe, toe", zegt hij, "’k ga weer zijn." En hij had daar alsaan een geitebok die met die schapen rondliep. En zegt hij: "’k Ga vanavond aanzetten." "Doe je", zegt hij, zegt hij, "zou ‘k mogen meegaan voor een keer de streek te bekijken waar dat gij woont?" "Bah ja", zegt hij. "Zo, ik en mijn maat", zegt hij, "gaan, wij gaan dat wel rangeren dat dat juist is." En almeteenkeer hij kwam daar voor de dag, hij en die geitebok. En zegt hij: "Kijk", zegt hij, "’k ga hier van voor kruipen", zegt hij, "gij zet u hier vanachter." Zo almeteenkeer zegt hij: "Overal en dooral", zegt hij en hij noemde toen tot waar dat hij moest zijn. En de geitebok heft zich op en hij was weg. En ze gingen allengerhand omhoog alzo, en de jongen zat lijk niet juist, de poester. En als ze godverdimme ginder bijna aan ’t Klijtgat komen, daar aan dat bos, hij draait zich lijk alzo voor zich weer te zetten en hij valt af en hij is zijn been gebroken. En hij kan geen weg meer né. En die mens was maar gewarig, als hij ginder kwam, hij had nooit omgekeken, als hij ginder kwam, dat die jongen niet mee was. En als hij ginder was né, hij bezocht zijn familie en zegt hij tegen zijn familie: "’k Ga moeten weerkeren", zegt hij, "’k had één mee", zegt hij, "en ‘k ben hem kwijt langs de baan." En hij is toen overal op z’n gemak gevlogen en gekeken en als hij bijna thuis was, hij vond hem, te dinges ginder, in de laagte né. En zegt hij alzo d’er tegen, zegt hij: "Notverdimme", zegt hij, "’k heb ‘k weet niet hoe lang moeten zoeken achter je." "Wê", zegt hij, "’k lig hier", zegt hij, "en ’t is al wel lijk een eeuwigheid." En die eeuwigheid dat is gebleven en dat is toen alsaan alzo voortgegaan en dat is sedert toen, dat is Soentjes eeuwigheid en dat blijft.

Beschrijving

Op een boerderij werkte een schaapherder uit Oostenrijk voor wie iedereen een beetje bang was. De vrijdag vóór de zaterdag waarop het Beselare kermis was, zei de schaapherder: "Ik ga morgen naar huis". Daarop antwoordde de knecht: "Dan zal je nooit tijdig terug zijn voor de kermis". Daarop antwoordde de schaapherder echter: "Toch wel, ik zal tijdig terug zijn!" De knecht vroeg of hij een keer met de schaapherder mocht meegaan om te kijken in wat voor streek hij woonde. De schaapherder stemde toe. De volgende dag kwam de herder tevoorschijn met een geitenbok en zei: "Ik zit vooraan, kruip jij achter mij op de bok". Vervolgens zei de schaapherder: "Over alles en door alles" en hij noemde de plaats waar hij naartoe wilde. De geitenbok vloog onmiddellijk de lucht in. De knecht zat echter niet goed. Toen de bok boven het Klijtgat vloog, probeerde de knecht een andere houding aan te nemen, maar viel daarbij op de grond. Hij brak een been. Bij zijn aankomst stelde de schaapherder vast dat de knecht niet meer achter hem zat. Bij zijn terugkeer ging de schaapherder naar de knecht op zoek. Toen hij hem eindelijk gevonden had, zei hij: "Ik heb zo lang naar jou moeten zoeken!", waarop de knecht antwoordde: "Ik lig hier al een eeuwigheid". Sindsdien werd die plaats 'Soentjes eeuwigheid' genoemd.

Bron

F. Ramon, Leuven, 1975

Commentaar

2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
5
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Soentjes eeuwigheid    Soentjes eeuwigheid   

Naam Locatie in Tekst

Beselare    Beselare   

Plaats van Handelen

't Klijtgat (Rollegem?)    't Klijtgat (Rollegem?)   

Oostenrijk    Oostenrijk   

Beselare    Beselare   

Klijtgat ('t) (Rollegem?)    Klijtgat ('t) (Rollegem?)