Hoofdtekst
Wat dat met die alvermennekes was, dat zal ich u eens rap vertellen. Die leefden in de leegten waar 't moerassig was. En als ze nu moesten wassen dan deden die mennekes dat zo'n heel teng vol maar dan moest ge daar wat eten bijzetten. Een stuk of drie, vier spekkoeken of zo iet. Maar dan was er nu ooch eens enen die zou dat is gen gezien hebben hoe ze dat deden en hij maakte boven in de muur e keuteke zo groot dat hij er just door kos kijken. En 's avonds, want overdag zaagt ge ze nie, kroop hij de zolder op en daar lag hij op de loer. En maar door dat keuteke geloerd en op ne keer waren ze daar, ze waren met twee. Maar ze hadden 't rap gezien. 'Zeg' zegt den enen 'blaast eerst dat lampke maar eens uit.' Ja, en den andere blaasde hem bonk zijn oog uit. Hij zag gene steek nie meer.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
SINSAG 0065 - Zwerge wollen nicht belauert werden   
Beschrijving
De alvermannetjes leefden in moerassige gebieden. Die dwergjes kwamen de was doen bij de mensen in ruil voor enkele spekkoeken. Op een nacht ging een nieuwsgierige man de alvermannetjes van op zijn zolder bespieden. "Zeg", sprak één van de dwergjes, "blaas eerst dat lampje eens uit!" Daarop blies het alvermannetje de man een oog uit.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (noord-west)
11
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hechtel   
