Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WACHT0309_0309_3743 - Weerwolf, "vetsemen" - motief

Een sage (mondeling), 1971

Hoofdtekst

Maar weet ge wat ik mijn grootvader eens heb horen vertellen en en dat, dat weerwolven, dat waren mensen die veranderden dan van gedaante in beesten hè. En daar was ergens een jongen en die was met een meisje - maar of het waar geweest is, weet ik niet zuur, het zijn maar vertelsels - die was bij een meisje. En toen zegt hij: 'Ik moet eens effekens ergens heengaan', zei hij, 'maar daar is mijn maoslat', zei hij. 'Als hier bediene soms een beest doorkomt of een hond' zei hij, 'dan houwt ge maar met die maoslat', zei hij, 'daar houwt ge maar mee.' En dat meisje, ja die deed dat hè en toen ging hij weg dan hè en toen hij terug bij dat meisje kwam hè, toen hingen de vetsemen van zijn rooie moaslat in zijn tanden. Zo heb ik mijn grootvader horen vertellen, maar is het waar geweest? Ik weet het ook niet.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

Een jongen die met zijn vriendin ging wandelen, sprak tot het meisje: "Ik moet even ergens naartoe gaan. Mocht er een beest op je afkomen, gooi dan mijn rode zakdoek naar zijn muil". Toen de jongen terugkwam, zag het meisje tot haar grote ontsteltenis dat hij de rode vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.

Bron

W. Achten, Leuven, 1971

Commentaar

1.6 Weerwolven
midden-limburgs
g'
Grootmoeder van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sint-Lambrechts-Herk    Sint-Lambrechts-Herk