Hoofdtekst
Er wos daar ne keer nen duitsen schaper die stief vele boeken had in een koffer. Den boer las ne keer in een van die boeken en heel het hof kwam vul rode kapkes (kabouterkes). De schaper kwam zere of en ze mosten lienzaad in de houtmijt gieten. Ze kosten da werk doen, ze giengen niet voort. Ton mosten ze melk in de wal gieten. Die kabouterkes mosten da scheiden, mo ze kosten da niet en ze giengen voort.
Beschrijving
Een Duitse schaper had een koffer waarin hij toverboeken bewaarde. Op een dag had de boer stiekem in de boeken van de schaapherder zitten lezen, waardoor de boerderij vol rode kaboutertjes zat. De Duitse schaper kwam snel naar huis en goot lijnzaad in de hooimijt. Omdat de kabouters er toch in slaagde alle korreltjes uit het hooit te halen, was men nog niet van ze verlost. Daarom liet men de kaboutertjes melk van karnemelk scheiden. Omdat ze dat niet konden, gingen ze weer weg.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (tielt en izegem)
363
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wakken   
