Hoofdtekst
Beschrijving
Een man ging ’s avonds bij zijn ouders zijn fiets halen. Zijn moeder sprak tot hem: “Met dit weer ga je toch niet de straat op! Men heeft hier de ganse dag met drie paarden mest gevoerd. Je moet niet vragen hoe de straat er bij ligt!” De man antwoordde: “Ja, maar ik ga door het veld en dat is nog geen tien minuten. Ik ken mijn weg bijna blindelings”. De man vertrok, maar doolde wel twee uur rond omdat hij zich in het donker niet kon oriënteren. Toen de man licht had gezien en dat volgde, viel hij plots plat op zijn buik in de modder. De man besloot te blijven zitten tot het ochtend werd omdat hij bang was om ergens in te lopen. Plots herinnerde hij zich echter dat er boven op de heuvel een doornenstruik stond met daarnaast een braamstruik. De man stak zijn hand uit, voelde de braamstruik en wist waar hij was. Hij kwam pas na tien uur thuis, hoewel hij om zes uur was vertrokken. Men was dan ook doodongerust.
Bron
E. Tielemans, Leuven, 1978
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (zuid-west)
8A
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Kwintens-Lennik   

