Hoofdtekst
Den onderpastoor kwam altijd als er ergens een kwade hand was, maar die kunnen het ook niet houden hé; hij moest in de put, hij is ervan gekreveerd.
Beschrijving
De onderpastoor kwam altijd naar mensen of plaatsen die door de kwade hand waren getroffen. De man is echter tenonder gegaan aan al die interventies.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (rupelstreek en omgeving)
356
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blaasveld   
