Hoofdtekst
me zöster begon es te grienen en ze zei datter altêd e schöpke langs huir opkroup; mo pâ en ma zôge niks; ze mokten e kröske mo da dui niks; en as z’on de bruk kam, was het schöpke weg.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een meisje huilde omdat er altijd een schaapje achter haar aankwam. Bij de brug verdween het schaapje. De ouders van het meisje maakten een kruisteken, maar dat hielp niet.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (sint-truiden)
167
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwerkerken   
