Hoofdtekst
En dat huis achter de kerke, daar aan de bultewe (weide), ’t moet daar ook nog verkeer (gespookt) hebben. Dat huis hier juiste bachten (achter) de kerke sè. En ’t zat daar ’s nuchtens altijd een lucht (licht) op de venster. Gusten heeft dat dikkels (dikwijls) verteld; die mensen waren ook zo gepint (bang).
Beschrijving
Bij het huis aan de weide achter de kerk spookte het. De mensen waren bang omdat er 's ochtends altijd een lichtje op de vensterbank zat.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
55
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mannekensvere   
