Hoofdtekst
Vloek op een familie.Da meugde nie opschrijven, hoor, want die familie leeft nog: daar moete mee oppassen! De familie G. die wonen op de A.hoef. En d'r lee ne vloek op. Want dat is nog zwart goed. Dat hee nog gewist van de Sint-Michielsabdij. Den eerste dien hee zijn eigen onder nen trein gegooid. En d'r waren ook nog onnozel kinderen bij. Maar ene, dien is dokteur geworren: den bruur van de vader die d'r nauw is. Hij trouwt maar zijn vrouw sterft heel jong. Hij ga naar Sint Anthonius Brecht, trouwt opnieft, maar na een tijdje trekt zijn vrouw er van onder. De vader van die van nauw dien is geëlektrokuteerd door een van zijn nief machines. De mensen zeggen dat er ne vloek op ligt.
Beschrijving
Een hoeve die aan de Sint-Michielsabdij toebehoorde en als zwart goed was verkocht, was vervloekt. De eerste bewoner pleegde zelfmoord door onder een trein te springen. Er werden veel onnozele kinderen geboren. De broer van een latere bewoner, had ongeluk in zijn huwelijk, want zijn vrouw stierf op heel jonge leeftijd. De man verhuisde dan naar Sint-Antonius-Brecht, waar hij hertrouwde. Zijn vrouw liet hem in de steek. De vader van de huidige bewoner raakte geëlektrocuteerd door één van zijn nieuwe machines.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
4. Historische sagen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
467
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Michielsabdij   
Naam Locatie in Tekst
Stabroek   
Plaats van Handelen
Sint-Antonius-Brecht   
