Hoofdtekst
De mare heeft den nacht gereên
Ze gaat van de nacht weer rijen
Ze gaat alle gazekes van d’erde rijen.
En alle teugenstokken
En alle steugenstokken
Tot dat ze in haar beddeken kan geraken.
Ze gaat van de nacht weer rijen
Ze gaat alle gazekes van d’erde rijen.
En alle teugenstokken
En alle steugenstokken
Tot dat ze in haar beddeken kan geraken.
Beschrijving
De mare heeft vannacht gereden en ze zal de volgende nacht weer rijden. Ze zal alle grassprietjes van de aarde rijden, en alle teugenstokken en alle steugenstokken, tot ze in haar bedje kan geraken.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
151
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Maldegem   
