Hoofdtekst
’t Had daar een naar den dokteur geweest en ze doste niet meer naar huis gaan. Ik en mijn zuster en Emerance Knockaert zijn meegegaan. Als me wij in de bussen waren zeggen ze: "Kijk, ’t is daar een dô-keise”! Wij kregen koud van benauwdheid dat we daar een dô-keize zagen. En als me wij uit die bussen gerochten, me hebben wij niet meer gezien.
Beschrijving
Een vrouw die naar de dokter was geweest, durfde niet meer alleen terug naar huis en liet zich daarom vergezellen door twee andere vrouwen. In de bossen zag de vrouw de hele tijd een doodkaarsje.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (ieper)
24
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Brielen   
