Hoofdtekst
24 Maar wat ze vroeger, als ge van Zussen spreekt, hoe ze de mensen ook bang maakten ervoor. Dan namen ze een biet, een ‘króót’ zeggen wij, hé, en dat haalden ze helemaal uit en daar zetten ze een lampke en in dat gingen ze overal plaatsen. En dat hadden ze in Zussen wel nog eens gezien. En dat gingen ze dan plaatsen en dan verbeeldden ze: "Pas op, hé, want daar komt een heks."I En dan leek dat in het donker alsof dat een heks was?24 Ja. Ja. Maar dat was dan een biet met dat lampke in, hé. Ziet ge, ht?I Voor wijs te maken …24 Ja. Ja.
Beschrijving
Enkele grapjassen zetten uitgeholde bieten met kaarsen langs de weg om de mensen bang te maken. De mensen dachten dan dat ze een heks hadden gezien.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
24F 372
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
